Oorsmeer, medisch aangeduid als cerumen, is een gespecialiseerde lipidensecretie die wordt geproduceerd in het buitenste derde deel van de externe gehoorgang. Het dient als een multifunctionele beschermende barrière door kliersecreties te combineren met gedesquameerde keratinocyten en haar. Cerumen vertoont natte (kleverige, geelbruine) of droge (broze, grijs-witte) fenotypen, grotendeels bepaald door het polymorfisme van het ABCC11-gen, waarbij het droge type prevalent is in Oost-Aziatische populaties (~80–95%).
Chemische Samenstelling
Cerumen is samengesteld uit ongeveer 60% gekeratiniseerde plaveiselcellen, samen met 12–20% langkettige vetzuren (verzadigd C14–C26, onverzadigd C18:1), 6–9% cholesterol, squaleen en alifatische alcoholen. Deze componenten zijn afkomstig van secreties van cerumineuze klieren (gemodificeerde apocriene zweetklieren) en talgklieren.
Proteomische studies tonen de aanwezigheid aan van antimicrobiële peptiden zoals lysozym, lactoferrine, LL-37, β-defensines en SLPI, die 10–15% van het eiwitgehalte voor hun rekening nemen en zorgen voor aangeboren immuunbescherming. Nat type cerumen bevat hogere gehaltes aan squaleen en cholesterolosters, terwijl droog type cerumen een verhoogd keratinegehalte vertoont.
Fysische Eigenschappen
Nat cerumen is doorgaans kleverig, met een pH variërend van 5,2 tot 6,5 und een soortelijk gewicht dicht bij 1,0. De geeloranje kleur is het gevolg van geoxideerde carotenoïden. In tegenstelling hiermee schilfert droog cerumen gemakkelijk af als gevolg van een verminderde viscositeit.
Beide typen cerumen migreren lateraal door kaakbeweging en epitheliale peristaltiek met een gemiddelde snelheid van ~0,1 mm/dag, wat een natuurlijke zelfreiniging mogelijk maakt. Analytische GC-MS-hydrolyse identificeert palmitine- en stearinezuur, wat de lipidenrijke matrix bevestigt.
Biosynthese en Genetica
Cerumineuze klieren (ongeveer 100–200 per gehoorgang) scheiden een lipidenrijke apocriene vloeistof af die zich mengt met talg en migrerend epitheliaal debris. Het ABCC11 A-allel (538G>A SNP) verstoort het transport van vetzuren, wat resulteert in droog cerumen met een ongeveer 50% lager lipidengehalte en verhoogde lysozymspiegels.
De productie van oorsmeer varieert met de leeftijd (met een piek tijdens de adolescentie), het dieet (ω-6-vetzuren stimuleren de natte secretie) en omgevingsblootstelling, aangezien stof de vernieuwing kan versnellen.

