Acylglycerolen, ook bekend als glyceriden of glycerolipiden, zijn esters van glycerol met één, twee of drie vetzuurmoleculen en vormen de hoeksteen van energieopslag en membraanstructuur in biologische systemen.
Structurele Classificatie
Acylglycerolen worden in drie klassen ingedeeld op basis van de mate van verestering: monoacylglycerolen (MAGs) met één vetacylketen, diacylglycerolen (DAGs) met twee ketens en triacylglycerolen (TAGs) met drie ketens. De sn-1-, sn-2- en sn-3-posities van glycerol volgen stereospecifieke nummering, waarbij sn-1/sn-3 meestal verzadigd (bijv. palmitinezuur) en sn-2 meervoudig onverzadigd (bijv. oliezuur) zijn. De algemene formule is sn-glycerol-3-fosfaatderivaten, waarbij R₁–₃ acylketens aangeven met variërende lengte (C4–C36), verzadiging en configuratie.
Biosynthese
De novo-synthese via de glycerol-3-fosfaatroute begint met acylering van sn-glycerol-3-fosfaat (uit dihydroxyacetonfosfaat) door acyltransferasen (GPAT op sn-1, AGPAT op sn-2), wat fosfatidezuur oplevert. Vervolgens dephosphorylering produceert DAGs, die verder geacyleerd worden door DGAT tot TAGs. Vetacyl-CoA of ACP fungeert als donor, waarbij de Kennedy-route MAGs/DAGs uit voedingslipiden recyclet.
Fysicochemische Eigenschappen
Acylglycerolen vertonen hydrofobiciteit die micelvorming en lamellaire zelfassemblage aandrijft. Hun smeltpunten stijgen met de verzadiging (TAGs 20–60 °C) en ze tonen polymorfisme (α/β-kristallen die de smeerbaarheid beïnvloeden). MAGs en DAGs hebben amfifiele eigenschappen als emulgatoren (HLB 3–6), terwijl TAGs dienen als energiereserves (~9 kcal/g) met oxidatieve stabiliteit verbeterd door antioxidanten.




