Rhamnogalacturonan (RG) vormt een belangrijk domein van pectinen in de primaire celwanden van planten. Het bestaat uit vertakte polysachariden met een ruggengraat van afwisselende α-(1→4)-D-galacturonzuur (GalA) en α-(1→2)-L-rhamnose (Rha) residuen, typisch [→4)-α-D-GalpA-(1→2)-α-L-Rhap-(1→].
RG-I-domein
Rhamnogalacturonan I (RG-I) maakt 20–35% van het pectine uit en heeft een lineaire ruggengraat van [→4)-α-D-GalpA-(1→2)-α-L-Rhap-(1→]-disachariden. Rha-residuen zijn vaak gesubstitueerd op O-4 met neutrale zijketens zoals β-(1→4)-galactanen, α-(1→5)-arabinanen of arabinogalactanen van type I.
Dit domein neemt in oplossing een flexibele helicoïdale conformatie aan met persistentielengtes van ongeveer 1,4 nm. De door rhamnose veroorzaakte knikken verhogen de oplosbaarheid en geleringseigenschappen. Veranderingen in zijketens tijdens rijping van fruit correleren met weefselverweking en beïnvloeden de mechanische eigenschappen van de celwand.
RG-II-domein
Rhamnogalacturonan II (RG-II) vormt een zeer geconserveerde, dimeriserende structuur gebaseerd op een galacturonan-ruggengraat met vier complexe zijketens (A–D) die zeldzame suikers bevatten zoals apiose, acerinezuur, Kdo en L-galactose, verbonden door meer dan 20 glycosidische bindingen.
RG-II vormt ongeveer 10% van het pectine en vormt kruisverbindingen via boraat-diesterbruggen tussen apiosyl-residuen, wat de celwanden stijver maakt en de groei reguleert. Subtiele variaties, zoals methylesterificatie op keten A of lengte van zijketen B, komen voor tussen organen en soorten, wat de eerdere opvatting van absolute conservering ter discussie stelt.
Biologische rollen
RG-domeinen dragen bij aan porositeit, biomechanica en signalering van de celwand. RG-I-zijketens moduleren stevigheid en enzymatische afbraak, terwijl RG-II zorgt voor structurele integriteit die essentieel is voor pollenbuisgroei en stressreacties. Hun prebiotisch potentieel en immuunstimulerende effecten bij zoogdieren ontstaan door darmfermentatie, vergelijkbaar met arabinogalactanen.

